Ons gemeenschapsonderwijs
Pedagogisch Project van het Gemeenschapsonderwijs
Met het Pedagogisch project van het gemeenschapsonderwijs beogen we de
vorming van de gehele persoonlijkheid van de leerlingen. Met ons onderwijs
willen we de kinderen van vandaag voorbereiden op de “snel veranderende
wereld van morgen”.
Het Pedagogisch project van het gemeenschapsonderwijs draagt bij tot de
vorming van zelfstandige en vrije mensen, die:
• fundamenteel vertrouwen hebben in zichzelf;
• een "open" geest hebben, zonder vooroordelen, met belangstelling
en respect voor ieders mening;
• "mondig" zijn, zodat ze hun ideeën voor de medemens
helder en juist kunnen vertolken;
• intellectueel "nieuwsgierig" blijven;
• getuigen van emotionele, esthetische en ethische bewogenheid,
gekoppeld aan verantwoordelijkheidsbesef ten opzichte van zichzelf en
van de anderen in de samenleving;
• oog hebben voor de sociale werkelijkheid en de maatschappelijke
ongelijkheden en geëngageerd constructief kunnen opkomen voor sociale
rechtvaardigheid en gelijke kansen;
• de gelijkwaardigheid van mannen en vrouwen als uitgangspunt nemen
Pluralistisch onderwijs
We beschouwen het als een essentiële opdracht om alle kinderen, ongeacht
hun afkomst, huidskleur, geslacht of sociaal-culturele achtergrond, harmonieus
te leren omgaan met elkaar in een multiculturele samenleving.
Wij grijpen de kans aan om verscheidenheid als een verrijkende leer- en
leefervaring aan te bieden aan onze kinderen.
Neutraal onderwijs
We eerbiedigen de filosofische, religieuze en ideologische opvattingen
van alle ouders en kinderen.
Ouders kunnen vrij kiezen welk levensbeschouwelijk vak hun kind zal volgen.
(Katholieke godsdienst, Protestantse godsdienst, Islamitische godsdienst,
Orthodoxe godsdienst, Israëlitische godsdienst, Anglicaanse godsdienst,
niet-Confessionele Zedenleer). Ook vrijstelling voor deze vakken kan toegekend
worden.
Onze eigen identiteit
We beschouwen welbevinden en betrokkenheid van de leerlingen als fundament
voor het samenleven op school en als hefboom voor leerprestaties. Wij
hebben aandacht voor ieder kind en trachten elk kind zoveel mogelijk gelijke
onderwijskansen te bieden.
We enten de leerstof op een brede basisvorming en hechten veel belang
aan een horizontale en verticale samenhang van de leerstof.
Verder bieden we expliciet leef- en ervaringsgericht onderwijs waarbij
interesse, actie en interactie een belangrijke rol spelen. Wij proberen
kindvriendelijke, boeiende en relevante actiepunten te kiezen. De leerlingen
krijgen hierbij steeds een centrale plaats.
De Key durft vernieuwingsgericht onderwijs te brengen waarbij nieuwere
wetenschappelijk ondersteunde didactische werkvormen en pedagogische methodieken
een rol spelen. Informatie- en communicatietechnologie wordt geïntegreerd
waar het een meerwaarde met zich meebrengt.
Onderwijs op maat.
De Key is een plaats waar ieder kind uniek en belangrijk is, waar rekening
gehouden wordt met individuele verschillen. Tegelijk willen we uitsluiting,
sociale scheiding en discriminatie tegengaan.
Ieder kind is belangrijk
Bij het klassikaal-frontaal onderricht staat de leerstof voor de gemiddelde
leerling centraal en het leerproces wordt grotendeels door de leerkracht
gestuurd. Dit kan, maar is in onze school geen vaste werkvorm. Momenten
van klassikale instructie fungeren als rode draad. De Key stapt elke dag
af van deze standaard-onderwijsaanpak om te zoeken naar een benadering
op maat van elk individueel kind.
Zo wordt er in de klas gedifferentieerd naar:
• niveau (zwak, middelmatig, sterk)
Na klassikale instructie, verwerking van leerstof of oefenmoment, verdeelt
de leerkracht de klas in niveaugroepen. Iedere leerling is met de leerstof
bezig op zijn niveau. Zo kan hij bouwen op kennis en vaardigheden die
al in een eerder stadium verworven werden.
• leerstof (basisstof, verrijkings-en verbredingstof))
Bij een toetsafname wordt er nagegaan welke leerlingen welke onderdelen
al dan niet beheersen. Leerlingen die voldoen, krijgen een verbredingprogramma.
Leerlingen die nog niet voldoen krijgen een herhalingsprogramma waarin
de leerstof op een andere wijze opnieuw wordt aangeboden. Ze krijgen daarbij
remediëringsopdrachten.
• tempo (traag, middelmatig, snel)
Voor alle leerlingen is de basisleerstof dezelfde. Na de klassikale instructie
krijgen de kinderen de kans de stof zelfstandig te verwerken op hun eigen
tempo. Zo treden er weliswaar grote verschillen op tussen de snelste en
de traagste kinderen. Voor de tragere leerlingen worden de opdrachten
ingekort. De snellere werkers kunnen rekenen op een aanbod van verbreding-en
verrijkingsleerstof of ze kunnen ook wel eens tragere klasgenootjes helpen.
• aanleg en interesse (keuze uit veelheid van opdrachten)
Voor gans de klas is de kernleerstof dezelfde. De leerlingen verwerken
na de klassikale instructie de basisleerstof met een extra keuzeleerstof
die ze zelf mogen bepalen. Dit is de ideale gelegenheid om de leerlingen
opnieuw of meer te motiveren voor een leergebied of een leerdomein. Op
die manier bieden wij de leerlingen iets aan dat binnen hun bereik ligt
en waarbij ze zich goed voelen.
Door dit onderwijs op maat kunnen onze leerkrachten elk kind benaderen
op een manier die voor hem of haar in een bepaalde situatie of periode
het meest geschikt is. Hierdoor komt er meer aandacht voor zwakker begaafde
leerlingen, maar ook voor sterk begaafde kinderen, voor kinderen met bijzondere
talenten of interessegebieden en voor kinderen met specifieke, soms situatie-
of periodegebonden noden
Onze voorkeur gaat naar differentiatie binnen de klasgroep om te vermijden
dat het kind gedemotiveerd wordt of een negatief zelfbeeld ontwikkelt.
In de praktijk biedt onze taak-GOK-Zorgleerkracht ook hulp aan (individuele)
leerlingen met hardnekkige leerachterstand.
Gelijke onderwijskansen
Met het aanreiken van gelijke onderwijskansen willen we alle kinderen
de kans geven zich ten volle te ontplooien om een weg in de maatschappij
te zoeken. De Key heeft reeds vele jaren ervaring met zorgverbredingsprojecten.
Met het gelijke onderwijskansenbeleid richten we ons vooral naar autochtone
en allochtone kansarme kinderen die omwille van hun sociale, culturele
en economische omstandigheden leer-en ontwikkelingsmoeilijkheden ervaren
of risico lopen in een achterstandpositie te raken.
Hiervoor ontvangen we aanvullende onderwijsuren ('lestijden') van de overheid
die ten goede komen aan alle leerlingen van onze basisschool. Onze school
heeft in haar gelijke kansenbeleid een schooleigen visie uitgewerkt met
ondermeer bijzondere aandacht voor taalvaardigheidsontwikkeling.
Welbevinden en betrokkenheid.
In onze school beschouwen we het welbevinden als noodzakelijke voorwaarde
voor een evenwichtige verdere ontwikkeling. Indien onze kinderen zich
emotioneel goed voelen, zullen zij zich ook beter kunnen concentreren
en actiever opstellen.
De groene open omgeving, het spontaan onthaal, de vlotte communicatie,
de kindvriendelijke klasseninrichting, de inspraak, de verscheidene werkvormen…
zijn enkele elementen die borg staan voor de grote aandacht die er in
onze basisschool besteed wordt aan welbevinden en betrokkenheid.
Door zich gelukkig te voelen zullen onze kinderen signalen uitzenden dat
ze het goed maken. Ze zullen plezier beleven aan wat ze doen. Ze zullen
een ontspannen, energieke en zelfzekere indruk maken. We zijn er van overtuigd
dat zich goed in zijn vel voelen zelfvertrouwen, zelfwaardegevoel en een
flinke dosis weerbaarheid met zich meebrengt.
Kleine ongelukjes, groot verdriet, prestatiemoeilijkheden en ongewenst
gedrag,… wij trachten alles vakkundig en menselijk op te lossen
met een glimlach.
Welbevinden zien wij als voorwaarde voor betrokkenheid.
Door een open relatie en communicatie wordt het welgevoel en de betrokkenheid
zo realistisch mogelijk nagestreefd voor ieder lid van onze gemeenschap.
Het gevoel om op school een belangrijk iemand te zijn, geldt binnen onze
gemeenschap voor iedereen ( leerlingen, leerkrachten, hulpopvoedende medewerkers,
administratieve medewerkers, onderhoudsmedewerkers, ouders / grootouders,…).
Het klimaat om samen te leven, samen te leren…wordt in grote mate
door volwassenen medebepaald. Zij zijn het die er in de eerste plaats
moeten in geloven. Zij zijn het die stimulerend en motiverend een groot
deel van het welgevoel en de betrokkenheid kunnen waarmaken..
Onze school is een gemeenschap waar het goed is om samen te leren en samen
te leven !
Onze werkvormen
Klassieke werkvormen zijn in onze school grotendeels vervangen door uitdagende
leeromgevingen (kringgesprekken, hoekenwerk, contractwerk, geïntegreerd
computerwerk, leef- en ervaringsgericht onderwijs….) De klasseninrichting
nodigt van bij het begin van de dag uit tot actief en interactief leren.
Kringgesprekken
Wij starten de dag meestal met een praatronde waarin de kinderen ervaringen,
gevoelens en belevenissen kunnen uiten. Dit gebeurt volgens bepaalde regels
en afspraken. Telkens is er aandacht voor spreken, luisteren en inbreng
van iedereen.
In de kleuterafdeling en in de eerste graad van het lager onderwijs (1ste
t.e.m. 2de leerjaar) leidt de leerkracht het kringgesprek doorgaans zelf.
In de tweede en derde graad (3de t.e.m. 6de leerjaar) nemen de kinderen
zelf de leiding over.
Thema's
weekendkring (gebeurtenissen, uitstappen, familieaangelegenheden…)
expressiekring (gedichten, verhalen, muziek, kunst, moppen…)
actualiteitenkring (media, nieuwsberichten, tv-journaal…)
expressiekring (gedichten, verhalen, muziek, kunst, moppen…)
probleemkring (pesten, verdriet, vrede en oorlog, milieubehoud…)
Hoekenwerk
Tijdens vaste of bij dode momenten (buffertijd) krijgen de kinderen (meestal)
de mogelijkheid om in hoeken te werken. Ze kunnen zelfstandig hoeken kiezen
en taken uit verschillende leergebieden individueel of in groep uitvoeren.
Op eigen tempo en niveau zullen de leerlingen leren leren en sociale vaardigheden
ontwikkelen.
Contractwerk
Via een bundel krijgen de leerlingen een contract (opdrachten uit meerdere
leergebieden) die binnen de afgesproken contracttijd moeten afgewerkt
worden. Dit kan alleen of in groep.
De kinderen krijgen individuele verantwoordelijkheid over de uitvoering
van het takenpakket. Ze bepalen en plannen zelf de volgorde en de afwerking
van de taken en kunnen de hulp van de leerkracht en/of andere leerlingen
inroepen.
De leerlingen krijgen via het contractwerk vanaf jonge leeftijd de kans
een zelfsturende leerstijl te ontwikkelen.
Gedifferentieerd werk
Omdat niet alle kinderen dezelfde zijn, tracht de klassentitularis met
flexibele organisatievormen een middel te hanteren om de interne differentiatie
in de dagelijkse klassenpraktijk te realiseren (onderwijs op maat).
Naast de reeds eerder besproken niveaugroepen gebruiken we in onze klassenpraktijk
ook nog volgende differentiatievormen:
Extra taken
Bij het vroegtijdig beëindigen van een klassikale taak of tijdens
de buffertijd of tussen verschillende activiteiten krijgen de kinderen
een extra taak die verwerking van de leerstof mogelijk maakt op eigen
niveau en tempo. Zelfcorrectie is hier mogelijk.
Kiesuur
Hier kunnen de kinderen tijdens een vast moment in het weekrooster volgens
eigen keuze, in groep of individueel, uit een aantal instructieve spelen
en opdrachten kiezen. Zelfcorrectie is mogelijk. De leerkracht krijgt
de gelegenheid tot extra observatie.
Werkwinkel
Kinderen kunnen in de werkwinkel een taak of een opdracht met “open
karakter” kopen en mogen dit zelfstandig uitvoeren. Deze differentiatievorm
wordt door onze leerkrachten vooral tijdens de buffertijd (bij het vroegtijdig
beëindigen van een taak) maar ook soms op vaste momenten gebruikt.
Leef- en ervaringsgericht onderwijs
In onze school kiezen we bewust voor ervaringsgericht onderwijs. Dit wil
zeggen dat de leefwereld van het kind steeds centraal staat. Er is geen
scheiding tussen school en samenleving.
De leerstof wordt op voorhand horizontaal en verticaal in het team besproken
en per klas en of per graad afgebakend.
In de klassenpraktijk wordt zoveel mogelijk vertrokken vanuit de realiteit
en de interesse van het kind. De leerkracht en leerlingen gaan als het
ware samen op ontdekking naar nieuwe kennis en vaardigheden. Lessen en
activiteiten worden zoveel mogelijk in thema’s of projecten aangeboden.
Daarom gebruikt de leerkracht niet uitsluitend de gevolgde leermethode,
maar wordt er regelmatig in functie van de actualiteit, de interesse…de
leefwereld van het kind voor eigen materiaal gezorgd.
De kinderen gaan ook samen enkele dagen op zeeklas, bosklas, rivierklas,
plattelandsklas, natuurklas,….(geïntegreerde werkperiode).
Ze werken rond een thema dat later, terug op school, nog verder uitgewerkt
wordt.
Onze doelstellingen
De cognitieve ontwikkeling (het verwerven en toepassen van kennis) blijft
ook in “De Key” een wezenlijk doel. Een gedeelte van de individuele
kennis is het resultaat van eigen ervaringen of overgedragen kennis. Een
ander gedeelte wordt zelf ontdekt en is het resultaat van nadenken en
redeneren. Al deze kennis is het resultaat van leerprocessen. Wij hebben
de taak deze leerprocessen te begeleiden en vorm te geven.
De ontwikkeling van psychomotorische vaardigheden beschouwen we als een
belangrijke opdracht. Binnen de lessen lichamelijke opvoeding, maar ook
dagdagelijks tijdens de speeltijden stimuleren we tot sport en spellen.
We streven naar een veelzijdige en harmonische ontplooiing van muzische
mogelijkheden (zingen, tekenen, knutselen, dansen, musical, voordracht,
toneel, poppenkast,…), telkens zoveel mogelijk geïntegreerd
binnen projecten.
Met creativiteit willen we ons niet beperken tot de expressievakken. Kinderen
worden gestimuleerd zelf oplossingen te zoeken, van gewoonten af te wijken,
nieuwe wegen te vinden….
Door een warme en betrokken manier van omgaan met elkaar trachten we ook
bij te dragen tot een evenwichtige persoonlijkheidsontwikkeling van onze
kinderen. De kinderen moeten kunnen opgroeien in een veilige, prettige
omgeving waar ruimte is voor aanmoediging en bevestiging. Op die wijze
werken we aan het behoud of bevorderen van een positief zelfbeeld bij
de kinderen. We trachten leeromgevingen te scheppen waarin de kinderen
zelf initiatief mogen, kunnen en durven nemen.
Wij beschouwen onze school als oefenterrein voor voor de ontwikkeling
van sociale vaardigheden (het ontwikkelen van een voldoende gamma van
relatiewijzen; het leren beheersen van een aantal gespreksconventies;
het leren samenwerken met anderen, leren kanaliseren van frustraties,….).
In ons onderwijs streven we naar het laten verwerven van een aantal basiscompetenties.
Een competentie verwijst naar een prestatie in een bepaalde realistische
situatie. Om in een bepaalde situatie aangepast te reageren, moeten mensen
niet enkel beschikken over bepaalde vaardigheden, maar moeten ze ook nog
wat over de dingen weten. Bovendien moeten ze over voldoende wilskracht
en durf beschikken. Het samenstellen van dit kennen, kunnen en zijn staat
gelijk met het ontwikkelen van competenties.
We willen dat onze kinderen evolueren tot zelfstandige leerders en probleemoplossende
denkers in het vooruitzicht van permanent, levenslang leren.
Doelstellingen voor de leerlingen
Op het vlak van onderwijs
• Niet alleen kennis overdragen in theorie, maar daarnaast ook een
brede en realistische oriëntatie gericht op de omgeving en de maatschappij.
• Ontwikkelen van visuele en auditieve perceptie door het hanteren
van proefondervindelijke methodes, raadplegen van informatiebronnen, het
gebruik van audiovisuele middelen en creëren van leersituaties in
de klas en de onmiddellijke omgeving.
• Elk kind alle ontwikkelingskansen geven op zijn niveau, om zich
goed voor te bereiden op het vervolgonderwijs. Differentiatie op maat,
intern en extern aanbieden.
• De nadruk leggen op het aanleren van basisvaardigheden en technieken.
• Het kunnen toepassen van verworven inzichten en zelfstandig verwerken
van leerstofgehelen.
• Aandacht hebben voor de motorische ontwikkeling van elk kind.
• Elk kind voldoening laten ondervinden in zijn kunnen, wat resulteert
in een actieve inzet.
• De kinderen leren openstaan en stimuleren voor vernieuwingen,
om de evolutie in de maatschappij te kunnen volgen.
Op het vlak van vorming
• De leerlingen kritisch leren denken, niet alleen t.o.v. anderen,
maar ook t.o.v. zichzelf.
• Ze leren beslissingen nemen en de gevolgen ervan dragen.
• Ze leren samenwerken in groep.
• Ze leren doorzetten.
• Ze leren om met hun problemen (durven) naar buiten te komen.
• De leerlingen een pluralistisch bewustzijn bijbrengen, vrij van
racistisch en discriminatoir gedrag.
• Ze leren hun mening zeggen, maar ook herzien.
• De leerlingen leren objectief zijn.
• Ze leren streven naar nauwkeurigheid en zelfstandigheid.
Op het vlak van opvoeding
• De leerlingen opvoeden tot sociale individu's en egoïsme
bestrijden.
• Elk kind zichzelf leren waarderen en respecteren.
• Elk kind zich leren veilig betrokken voelen bij het schoolgebeuren.
• Elk kind leren zijn emoties te laten blijken.
• De kinderen leren zorg dragen voor elkaar, voor de ruimte en het
materiaal.
• De afspraken en reglementen leren naleven.
• Sociale bewogenheid en sociale politieke en ecologische realiteitszin
leren ontwikkelen.
Doelstellingen voor de leerkrachten
Op het vlak van onderwijs
• Verzekeren van pedagogische en didactische continuïteit met
overleg.
• Werken met belangstellingspunten.
• Gebruik kunnen maken van informatiebronnen, handboeken, audiovisuele
middelen…
• De leerlingen de verworven kennis en vaardigheden (voorzien in
de eindtermen) zelfstandig leren hanteren.
• Differentiatie binnen de klas en de school toepassen.
• De nadruk leggen op basisvaardigheden en technieken.
• Ontwikkelen van visuele en auditieve perceptie.
• Een degelijke basis (leerstof, methodes, technieken…) meegeven
en een goede voorbereiding op de verdere studies.
Op het vlak van vorming
• De leerlingen zelfstandigheid en zelfredzaamheid bijbrengen.
• Streven naar pluralisme, vrij van racistisch en discriminatoir
gedrag.
• Met problemen durven naar buiten komen.
• Zijn mening durven herzien en objectief zijn.
• Streven naar een zelfstandige en harmonische ontwikkeling van
de totale persoonlijkheid door middel van:
• Het meegeven van waarden
• Het daadwerkelijk ontwikkelen van de capaciteiten van de kinderen
• Het opwekken van interesses en laten openbloeien van verborgen
talenten
• De leerlingen een gevoel van orde en netheid bijbrengen
• Cultuurontwikkeling waarbij de school niet alleen cultuurbewarend,
maar ook cultuurstimulerend werkt.
• Het doorbreken van rolpatronen.
Op het vlak van opvoeding
• Naleven van afspraken en reglementen.
• Begeleiden en stimuleren van het kind naar een gezonde ontplooiing
van de eigen creatieve mogelijkheden.
• Stabiliseren van veiligheidsbehoeften.
• Verzekeren van de bevrediging van behoeften, maar niet overgaan
tot toegeeflijkheid en gemakzucht.
• Sociale opvoeding door aandacht voor een gezonde en op niveau
van de basisschool begrijpelijke maatschappijkritiek.
• Komen tot sociale bewogenheid en bijbrengen van sociale, politieke
en ecologische realiteitszin.